Nieuwe regels en aandachtspunten voor de juwelensector
De juwelensector krijgt regelmatig te maken met vragen over antiwitwaswetgeving, cashbetalingen en fiscaliteit. Naar aanleiding van een aantal vragen aan de FOD Economie en FOD Financiën zetten we de belangrijkste aandachtspunten en toekomstige wijzigingen op een rij. De regelgeving voor juweliers evolueert voortdurend.
Antiwitwasregels vanaf 2027
Vandaag vallen juweliers en handelaars in edele metalen nog niet onder de specifieke verplichtingen van de Belgische antiwitwaswetgeving. Er geldt momenteel dus geen wettelijke verplichting tot systematische klantenidentificatie, verscherpte controles of melding van verdachte transacties in het kader van de wet van 18 september 2017. Dat verandert op 10 juli 2027, wanneer de Europese antiwitwasverordening (EU 2024/1624) van kracht wordt. Die zal binnen de hele EU uniforme verplichtingen invoeren rond klantenonderzoek, risicobeheer en het melden van verdachte verrichtingen.
Cashbetalingen: duidelijke grenzen
Voor cashbetalingen gelden vandaag al strikte regels. Bij verkoop aan consumenten (B2C) mag maximaal 3.000 euro contant worden betaald. Tussen ondernemingen (B2B) zijn cashbetalingen niet toegestaan. Voor de aankoop van edelmetalen door een juwelier van een particulier, geldt een bijkomende beperking: maximaal 500 euro mag contant worden betaald. Bovendien moet de verkoper worden geïdentificeerd en geregistreerd. Naam, voornaam en geboortedatum moeten gedurende zeven jaar worden bewaard. Deze maatregel kadert in de strijd tegen diefstal en heling.
Meerwaardebelasting enkel voor beleggingsgoud
De nieuwe belasting op meerwaarden op financiële activa, ingevoerd in 2026, is slechts beperkt relevant voor de juwelensector. Volgens de FOD Financiën vallen gouden juwelen, zilverwerk en andere voorwerpen uit edele metalen, niet onder deze regeling. Enkel beleggingsgoud wordt beschouwd als een financieel actief. De belastbare meerwaarde is het positieve verschil tussen de verkoopwaarde en de aanschaffingswaarde. Voor beleggingsgoud dat vóór 1 januari 2026 werd verworven, geldt een overgangsregeling waardoor historische meerwaarden in principe buiten schot blijven.
Daarnaast blijft de bestaande belastingregeling voor speculatieve verrichtingen bestaan. Wanneer transacties niet kaderen binnen het normale beheer van het privévermogen, kan een belasting van 33% verschuldigd zijn. Of daarvan sprake is, wordt steeds beoordeeld op basis van de concrete feiten. De nieuwe wet bevat ten slotte geen specifieke bepalingen voor juweliers die goud aankopen van klanten.