Horloge wisselstukken – Alle merken varen eigen koers
Sommige grote merken spelen het spel hard, beperken de toelevering van stukken nodig om herstellingen te kunnen uitvoeren. Maar er wordt ook geargumenteerd met nieuwe technieken en materialen die hun intrede doen en bijgevolg vereisen dat de kennis daarrond wordt aangescherpt. Bijblijven is een uithangbord naar de klanten, maar willekeur in levering van stukken beïnvloedt helaas de eigen omzetkansen…
Opleiding en certificering als sleutel tot ondersteuning
Raymond Meeus heeft zich 100% toegespitst op het herstellen van horlogetopmerken, een prachtig professionalisme, dat ook zijn zoon Loïc enthousiasmeerde om in vaders voetsporen te treden. “Je moet veel moeite doen om in dit vak de onontbeerlijke ondersteuning te verkrijgen,” zo steekt hij van wal. “Er zijn twee dominante groepen actief – de Richmond en Swatch groep – met elk een groot aantal topmerken in portefeuille. Daar moet je aan de basis het vertrouwen winnen, door bij hen opleidingen te volgen, certificatieprocedures en audits te doorstaan en uiteraard ook te investeren in de bijhorende uitrusting voor het atelier”. Een anekdote uit het verleden: na aanmelding voor een bepaald merk, werd een doos uit Parijs afgeleverd met daarin een camera om enkele opgelegde opdrachten aan de werkbank uit te voeren. Na het slagen in de ‘bekwaamheidstests’ wordt men opgenomen in een pool van erkende herstellers.
Let wel: de procedures moeten voor elk merk dat men in zijn atelier wil ontvangen met succes doorlopen worden. “Het volgen van merkgerelateerde opleidingen blijft eigenlijk levenslang cruciaal” vervolgt Raymond Meeus. “De merken waarvoor men erkenning heeft verworven, roepen, daar ook toe op en het kan soms lang duren alvorens men effectief terecht kan in hun opleidingscentra.
Elke opleiding is vanaf het eerste uur een beoordelingsmoment door het betreffende merk”. Wanneer men eenmaal de erkenning geniet, is de ondersteuning allesomvattend, van snelle levering van onderdelen, alle technische documentatie, merkspecifieke tools, tot heel recent zelfs het ontvangen van een databestand voor het uitprinten van een hulpmiddel m.b.v. een 3D-printer! Zelf kan hij met terechte trots de erkenning door 16 prestigieuze merken voorleggen, waarschijnlijk het grootste aantal in België. Zwitserland blijft het centrum van de hoogste horloge knowhow. Wie daar een voet aan grond heeft, werkt op hetzelfde niveau als de horlogemerken en heeft toegang tot een wereldwijd netwerk van behulpzame, gelijkwaardige collega’s.

“Het volgen van merkgerelateerde opleidingen blijft levenslang cruciaal. Wanneer men eenmaal de erkenning geniet, is de ondersteuning alles omvattend”
Dat de horlogemerken voelbaar druk uitoefenen op de naverkoop is een feit. Dat ze onderhoud en herstellingen naar zich toe willen trekken is echter niet het geval. Samengevat: “Het gaat hoofdzakelijk om de stukken voor mechanische uurwerken. Er is altijd wel iets te vervangen en dan is het kunnen beschikken over die stukken cruciaal. Sommige merken vragen de vervangen stukken ook op om te voorkomen dat er zich een parallel circuit zou ontwikkelen”.
Willekeur troef
“Sommige merken houden de deuren steevast gesloten, anderen bieden ondersteuning, al dan niet gekoppeld aan bepaalde voorwaarden” stellen we vast. “Die voorwaarden zijn meestal het volgen van opleidingen, maar gaan vaak ook gepaard met niet geringe investeringen. Ook op dat vlak liggen de gestelde eisen sterk uiteen: de ene eist 10.000 euro investering in uitrusting, de ander stelt 20.000 euro voorop. Vraag is dan steeds of men zulke bedragen ook kan terugverdienen met de mogelijkheid bepaalde merken te kunnen servicen”.
De willekeur in bepalingen rond het leveren van stukken heeft ontegensprekelijk invloed op de werking van het eigen atelier, in het bijzonder op de omzet en mogelijke omzetgroei, maar onrechtstreeks ook op het imago van de zaak. Inmenging in de eigen zaak kan een zelfstandige moeilijk accepteren en bijgevolg worden creativiteit en inventiviteit aangescherpt. “Men zoekt collega’s met wie men een netwerk kan opzetten om aan de benodigde onderdelen te komen” vangen we op in de sector. “Dat helpt een heel eind vooruit, maar kost ook tijd en dus geld… Bovendien bestaat er ook enig risico dat wie aan anderen levert daarvoor gestraft wordt door het betreffende horlogemerk”.

Pijnlijk tekort
Het is pijnlijk te moeten horen dat het met onze schoolse opleidingen in België triest is gesteld: “Ze leveren niet de minimale kwalificatie om de noden van de sector te beantwoorden” horen we te vaak. Verontschuldigend: België is een te klein landje, bovendien taalkundig verdeeld, om een schoolse opleiding te kunnen voorzien op een vandaag voor de sector relevant niveau. Zwitserland telt meer dan tien onderwijsinstellingen waar opleidingen die zich richten tot de horlogesector worden aangeboden. Het gaat zowel om dagopleidingen, postgraduaten, duaal leren tot hogescholen met een bachelor- en zelfs masterdiploma als einddoel. Zwitserland bewijst zich dan ook meer dan ooit als het centrum van de horlogewereld en maakt dat ook duidelijk via de scholing van jongeren, vaak stevig geruggesteund door de grote horlogemerken. De ‘sponsoring’ betaalt zich terug via de uitstroom, die de merken toelaat als eerste de beste kandidaten af te snoepen.
Is opgeven een optie?
Opleidingen volgen en certificaten halen is een dure zaak, maar loont zich als investering in de toekomst. Men kan daar beter selectief mee omgaan, zich beperken tot enkele merken die vanuit de eigen ervaring lonend zijn, om zich te verzekeren van een maximale ondersteuning en levering van de nodige onderdelen. Het gaat niet alleen om ondersteuning door de merken. Niet minder belangrijk is het opbouwen van een netwerk aan collega’s met wie men ervaringen kan uitwisselen. Vakkundig onderbouwd uitleggen en verantwoorden wat en waarom bepaalde ingrepen worden gedaan is een bewijs van professionalisme tegenover de klanten. Soms is het ook beter een herstelling niet aan te nemen. Zelfkennis is daarbij onontbeerlijk: kan ik de herstelling uitvoeren volgens de kwaliteitsstandaarden van het betreffende merk?
Zoals in vele sectoren – denk maar aan de garagewereld met de opkomst van elektrische aandrijvingen terwijl verbrandingsmotoren nog lang het hoofdaandeel zullen uitmaken – is het zaak om mee te evolueren… of op te geven, maar dan houdt het ook op.